44ste Jaarconcert Koninklijke Harmonie ‘De Vriendenkring’ Gierle 

“Charel, ik heb uw g** gezien!” – nee, met deze wereldberoemde melodie begon het 44ste jaarconcert van de Harmonie in Gierle niet. Wèl met een andere denderende mars van Kenneth J. Alford, ‘Army of the Nile’, wat meteen de toon zette voor drie uur spannende en ontspannende muziek.

 

Maar beginnen bij het begin – wat in zekere zin ook een einde was: Ingrid Goris leidde de Jeugdharmonie voor een laatste maal doorheen een uitstekend programma, waarna ze haar dirigeerstokje aan de wilgen hing. Het ‘Muppet Show Theme’ schetterde eerst onaangekondigd de zaal in als opener. Helemaal in stijl volgde het jazzy ‘Night and Day’ van Cole Porter, wat voor de ‘**we zakken’ die de Jeugdharmonie op bastuba ondersteunen een hele blaasklus bleek. Daarna volgde de bekende poptune ‘Billionaire’. Met ‘Highlights from Brave’ leverde de Jeugdharmonie de proeve van haar kunnen af, wat door Ingrid in al haar jaren als dirigente zo secuur is opgebouwd. Ze mocht overigens het podium niet af zonder daverend applaus, bloemen, een goede fles en tastbare herinneringen zoals verjaardagskalender en foto-album over haar jeugdharmonie. Blonk daar onder de feeërieke verlichting een traan bij het afscheid … ?

 

Dan zoals gezegd de openingsmars ‘Army of the Nile’ van de ‘grote’ Harmonie, een technisch moeilijk stuk met doorgedreven melodiepartijen in àlle instrumenten.

Meteen daarop werd het publiek getrakteerd op ‘American Civil War Fantasy’. Deze muziek wordt in principe niet vrijgegeven voor opvoering buiten de Verenigde Staten van Amerika. De reden daarvoor laat zich raden, want het verbeeldt de burgeroorlog in die USA, nog steeds een pijnlijke episode uit hun geschiedenis. De herkenningsmelodieën van de verschillende legers worden achtereenvolgens vertolkt alsof deze opmarcheren naar het slagveld, waarna een verklanking op slagwerk pijnlijk luid en verscheurend echt de gruwel van het oorlogsgeweld vertolkt. Uit al dat gedruis stijgt dan de enige overblijvende melodie van de overwinnaar op. Toch geraakte dit werk tot in Gierle, en de Harmonie speelde het met alle respect, passie en dynamiek dat zo’n betekenisvol muziekstuk vraagt. Als eerste opvoering buiten de US of A een euh … schot in de roos?

En hebt U ook zo uw favoriete melodietjes? Onze presentator Jef Martens alvast wel, en die laat geen zaken op hun beloop. Eerst kreeg hij de componist zover dat die hem het ‘partituurke’ van het originele nummer toestuurde. Vervolgens bewerkte hij dirigent Luc Van Den Eynde zolang dat die van de eenvoudige en korte melodielijn een bewerking voor solo basklarinet en harmonie maakte. Die klus geklaard vroeg de dirigent aan Niki Domeier om de solo in te oefenen. En dan? Een presentator in de wolken, en een dirigent en een basklarinetiste in het zweet bij een verrijkte maar toch origineel-ingetogen versie van ‘Schoorbakkebrug’ van Willem Vermandere in wereldpremière voor Harmonie en soliste.

Dan iets volledig anders: ‘Fratelli Chase’ is het up-tempo herkenningsnummer van de film ‘The Goonies’, netjes gebracht, alvorens met ‘Moon River’ de klarinet-duivel-doet-al in het paradijs werd losgelaten. Wie anders dan Thieu Paradis kan schijnbaar moeiteloos als solist (al moet ook hij tussendoor “wel eerst efkes ademhalen of ’t komt nie goe”) zo’n hemelse melodieën uit zijn klarinet toveren? Daarbij zou zelfs een begeleidend orkest al eens aarzelen om in te zetten, zo wreed verstoord zou de muziek zijn die Thieu al wandelend door de zaal bracht.

Voor de pauze bracht de Harmonie dan ‘Busy Bee’ van Suzanne Welters, waarin het publiek talrijke bekende deuntjes hoorde. Zogezegd een luchtige afsluiter – NOT! Vol muzikale voetangels en schietgeweren moeten de muzikanten in het stuk ook de talrijke valkuilen ontwijken. Eén foutje en het hele zorgvuldig opgebouwde klankbeeld valt in duigen. De admonitie van de dirigent was dan ook niet mals: “wie d’er neffe blaast laat ik rechtstaan”! Gelukkig mocht iedereen zo voor de pauze blijven zitten.

Tot dan alles goed en wel, maar kent U dat gevoel bij een rijexamen, behendigheidstesten of praktische proeven: ge weet wat ge moet doen om het goed te doen, maar de proef lijkt met opzet zo moeilijk gemaakt dat ge met geen mogelijkheid kunt slagen. Zo scheen ‘Overture to Candide’ van Leonard Bernstein de ontzette muzikanten van de Harmonie toe. Oh ja, het klinkt zo simpel. Maar zo eenvoudig is het allesbehalve. Eerst aarzelend maar nadien met groeiend zelfvertrouwen klaarde de Harmonie de klus. Toonsprongen, tegentijden, botsend ritmegevoel, technische melodieloopjes: het leidde tot een intens musicerend orkest, op de toppen van hun tenen, dat deed wat hun dirigent voorhield: tellen, tellen, tellen, blijven tellen, niet aarzelen, … en spèlen! De ontlading na afloop van het stuk was groot.

Zouden de verdere stukken in vergelijking poepsimpel lijken? Zeg dat niet over ‘Ross Roy’ van Jacob De Haan, een behoorlijk moeilijk maar toch bekoorlijk orkestwerk dat de Harmonie met verve bracht. Dat dit stuk zou gaan over de beleving van schoolgaande jeugd in de gelijknamige instelling in Australië, dàt was niet zo eenvoudig thuis te brengen.

De piccolo van Kris Raeymaekers hoor je zelfs zonder solo helder boven de Harmonie uit. In ‘La Pulce d’Acqua’ van Angelo Branduardi, bewerkt door Georges Moreau, mocht Kris helemaal voor het toneellicht verschijnen in een streep muziek die afwisselend de dwarsfluit en het orkest liet spreken. Een wonderschone dialoog werd het, soms zachtjes, dan weer krachtig maar steeds voortkabbelend als een waterdruppel die een machtige rivier wordt.

En ‘sossiske’, zo kondigde de presentator het aan. Het zou griezelig zijn zonder te doen griezelen, bestemd voor vrolijke kindertjes die naar brave fabeltjes kijken. Wel, de gepeperde cervela die ‘The Gremlins’ is zou misschien niet onbewaakt aan kindertjes moeten gevoederd worden. De muziek uit de gelijknamige film kan bij momenten bedrieglijk los en vloeiend zacht zijn, om de hoek loeren dan de pompende euphoniums, scheurende bassen en schrille trompetten die in kolossale dissonanten elk idee van harmonie uit het rijk van de kinderfabeltjes bliezen. Tofkes!

Dan koos dirigent Luc van den Eynde voor een concertwerk uit de typische Britse brassband-traditie. Het werd door Goff Richards geschreven voor de opening van een autobus-fabriek. Met de ‘Doyen’ kon de rijke Engelsman in luxe touren door links-rijdend Groot-Brittanië, en dàt is net wat die muziek verbeelde. Van de ronkende dieselmotor over het sissen van de banden, de zachtgestemde klassieke muziek tijdens de rit, het optrekken en remmen, in- en uitstappen van reizigers: deze fijne schakeringen werden door de Harmonie met gevoel gebracht.

Om te eindigen greep de Harmonie terug naar een mars die door hun dirigent vijf jaar terug was bewerkt ter gelegenheid van hun 110-jarig bestaan.  Van Johannes Hanssen is weinig meer bekend gebleven dan zijn ‘Valdres March’, maar dat is dan ook een dijk van een mars, een orgelpunt voor een prachtig concert.

 

Zuigt de muziek tijdens zo’n concert alle aandacht naar zich toe, dan werd ze daarin dit keer prachtig ondersteund door een professionele podiumaankleding en dito belichting. De felle en bij tijden flitsende lichteffecten vulden de muzikale beweging perfect aan.

En wat te schrijven over de presentator? Wel, een blinde concertbezoekster zegde na afloop: ’Alles wat de presentator in zijn aankondiging vertelde over die muziek heb ik er ook in gehoord.’ Een groter compliment voor de kunde en het engagement van Jef Martens als presentator is vooreerst niet te bedenken.

 

Zo’n concerten, het uitzoeken van de muziek, het repeteren, het leiden en sturen van een stel ongeregeld dat een verzameling harmonieleden kan zijn, de fouten uit de uitvoering wieden en de schoonheid van de muziek naar boven brengen, leren leven met de beperkingen van zijn amateurmuzikanten maar hen toch de uitdagingen voor professionelen geven, en dan tijdens de uitvoering je zo in het zweet slaan dat ge met drie verse hemdjes per avond niet genoeg hebt : Luc Van den Eynde doèt dat voor zijn Harmonie – opnieuw liet hij de 45-koppige formatie zich bewijzen door ze muziek te laten spelen buiten hun comfort-zone, waarbij het publiek enkel ‘WOW’ kon zeggen op de muzikale belevenis dat het meemaakte. Het donderende applaus van publiek en muzikanten is daarbij eigenlijk een te schrale beloning voor zijn inzet voor en vertrouwen in de uitvoeringen van zijn Koninklijke Harmonie ‘De Vriendenkring’ Gierle.

 

Tekst: Jos Mestdagh