43ste Concert Koninklijke Harmonie ‘De Vriendenkring’ vzw ofwel ‘De vloer is harder dan de laptop’

 

Bon, waar te beginnen? Kortweg: wie niet aanwezig was op één van de twee concerten die de Koninklijke Harmonie ‘De Vriendenkring’ heeft gespeeld op 1 of 2 december in de  zaal St.-Jan, wel, die heeft een muzikale belevenis gemist. Voor de halve verstaander  herhalen we dit even: ‘ge hebt iets gemist waarvoor geklapt werd, en waar nog over  geklapt wordt en gaat worden’.

Lag het aan het steeds groeiende aantal muzikanten op het podium? Dat kan. De parochiezaal begint wat benauwd te worden voor een orkest van +50 man. En al die muzikanten hadden duidelijk zin in muziek maken tijdens de twee concerten. Met zoveel volk op een podium maak je ook een klank die overtuigend, rijk geschakeerd en altijd gepast is voor de sfeer die het muziekstuk vraagt. Wanneer een ‘nieuwe’ muzikante basklarinet speelt, gebruik je die volle warme klank in de zachte  passages om een iele fluitsolo te ondersteunen, zoals in het stuk ‘At World’s End’. Dat  is een symfonische suite met filmmuziek uit de reeks ‘Pirates of the Carribean’. De Harmonie heeft de uitdagende filmmuziek van Hans Zimmer, in een arrangement van Erik Rozendom,  met zoveel verve en enthousiasme gebracht dat menige publieksmond van verbazing openviel.

Was het dan de keuze van de muziekstukken? Dirigent Luc Van Den Eynde kan bekend staan voor wat hij ‘sossiskes’ noemt, stukken die je volgens hem met je tenen en met  de ogen toe direct kan spelen. Maar zijn ‘sossiskes’ zijn dan de drie-sterren-charcuterie van de harmonie-keuken. Wie Luc’s bewerking van ‘Hungarian Blue’ gemakkelijk durft  te noemen, moet dringend eens praten met de klarinettisten, saxofonisten, fluitisten en anderen die menig uur gesleten hebben om de muziek vlot in de vingers te krijgen. Klonk  daar niet ‘Hungarian Blue: ahoe!’ ergens, zachtjes, op een repetitie in de achtergrond ... ?  En toch doorzetten en die melodie op het concert schijnbaar gemakkelijk en met gevoel  brengen, alsof het  ... een ‘sossiske’ is.

Was het dan het thema van het concert? Presentator Jef Martens babbelde als  ervaren ‘Weltmeister small talk’ de nummers aan elkaar alsof het een wereldreis betrof.  Het ‘Vive la France’, een arrangement van Frank Bernaerts van Franse kaskrakers,  bleek een publiekslieveling vanaf de eerste noten. De afsluiter ‘The Irish Dance Master’ van William Vean, werd ingeleid door een écht Iers karakter op alto die op zijn dooie  gemakken door de zaal komt gewandeld, en efkes gaat buurten aan verschillende tafels. Wanneer het orkest overneemt en de ‘reels’ en ‘jigs’ begint te spelen, blijft geen voetje  stil staan. En ja, er stak een stuk van een Japanse componist in het programma. ‘Fanfare Hayabusa’ van Satoshi Yagisawa (zoon van vader Yagisawa, volgens de immer  goed geïnformeerde Jef Martens) herdenkt de succesvolle missie van de Japanse ruimtesonde ‘Hayabusa’, en was dus eigenlijk niet van deze wereld. Door zijn thematiek,  snelle ritmiek, en stijlwisselingen verraste dit stuk menigeen. Muzikaal zat de Harmonie  wel overal op de wereldbol, en ook daarbuiten.

Misschien lag het aan de solisten die zich dit keer in de kijker speelden. Wanneer je op omstandigheden reageert door in luttele weken een moeilijke solo in te studeren, en die  ook met klasse te brengen op het concert, dan ben je als muzikante en als orkest goed bezig. Leen De Kort op altsax die ‘Con Te Partiro’ brengt, wie anders had het gedurfd en  was er in geslaagd? De muziek van Lucio Quarantotto, bekend door Andrea Bocelli, en hier in een arrangement van Luc Van Den Eynde, klonk eens zo geslaagd. En die Luc  Van den Eynde zèlf: zijn solo op marimba en xylofoon kon je met de ogen niet volgen.  Oorspronkelijk geschreven voor viool, moest Luc niet onderdoen qua snelheid, gevoel  en muzikaliteit in zijn versie op dit melodisch slagwerk van ‘Czardas’, muziek van Vittorio  Monti. En voor een keer dirigeerde Ingrid Goris niet de jeugd, maar de ’grote’ Harmonie terwijl Luc zich in het zweet speelde. Niet gezien, niet gehoord? Ik schreef het reeds: je hebt iets gemist.

Lag het dan aan de bekendheid van de gebrachte muziekwerken? Zeker, de opener voor de ‘grote’ Harmonie, ‘Fanfare and Flourishes - For A Festive Occasion’ van James  Curnow bevat de herkenningstune van de Eurovisie-uitzendingen. Tezelfdertijd staat dit stuk volledig op zichzelf als moeilijke wedstrijdcompositie voor het Europese tornooi voor  brass bands in 1991. Ook de ouverture van de opera ‘Carmen’ van Georges Bizet herhaalt een aantal wereldbekende melodieën, maar bekend is daarom nog steeds gemakkelijk om  te spelen. De Harmonie had er een hele kluif aan om, zonder te hard te gaan blazen, alle muzikaliteit van dit stuk recht te doen. ‘Concerto d’Amore’ klonk zeer herkenbaar als een  werk van Jacob de Haan, een componist waar de Harmonie vroeger al een grote affiniteit  voor toonde. Stukken van Jacob de Haan liggen de Gielse muzikanten goed, en ze slagen  in elke uitvoering van een werk van hem de bijzondere effecten van zijn muziek te doen  uitkomen (herinner U de uitvoering van ‘Oregon’ enkele jaren geleden).

Wat absoluut tot het succes van de concerten heeft bijgedragen was de prestatie van de Jeugdharmonie o.l.v. Ingrid Goris. Het wordt telkens herhaald, maar het is en blijft een  prestatie van grote klasse om met de jeugd vier werken te brengen, waarvan sommigen dan zeggen dat het verschil met de ’grote’ Harmonie wel erg ‘klein’ wordt. Toegegeven,  om die jeugd de best mogelijke omstandigheden qua muzikaliteit en bezetting te bieden om te leren spelen, spelen gemotiveerde leden van de ‘grote’ Harmonie mee. Maar dat  doet niets af aan de prestatie van de jeugd zèlf. Hun versies van ‘Caribean Variation on a Tune’, ‘Jurassic Park’, ‘You’ll Be In My Hart’ en ‘Hakuna Matata’ stonden als een klankhuis.

Al het bovenstaande heeft allicht meegespeeld om het publiek een kanjer van een concertbelevenis te bieden. Al was er toch een spijtig ongeval. Wil de Harmonie een  klassieker uit het repertoire, ‘The Typewriter’ van Leroy Anderson dan in een modern  kleedje steken, ‘The Laptopper’ werd noodgedwongen opgeborgen. Greet Van Tendeloo  was zeer, maar dan ook zéér gedreven in haar uitbeelding van het tikken op een  schootcomputer. Helaas, wanneer het belletje van de ‘einde regel’ klonk gaf ze die computer een lel van jewelste. Weet dat de vloer van de parochiezaal harder is dan  moderne computers, want haar laptop viel in stukken uiteen. Gelukkig kon Jef Martens  een oude schrijfmachine uit zijn kantoortijd recupereren uit de catacomben van de parochiezaal. Het stuk kon verder gespeeld worden: alles voor de show, en alles voor die twee schitterende concerten. U hebt écht wat gemist als U er niet bij was.

 

Tekst: Jos Mestdagh